Hermotorisering Motorsleepboot Odilo, deel 2

Februari 2022
Wat is er in 2021 veel gebeurd. Vorig jaar hebben we verslag gedaan van de eerste fase van de hermotorisering van Motorsleepboot Odilo.
Even snel een opfriscursus: er stond een oude DAF 1160 met een Reijntjes erachter in de Odilo en omdat we vanuit de passie de boot langzaamaan terug willen brengen naar de originele staat van oplevering in 1927 hebben we als eerste het project opgepakt om de DAF te verruilen voor een Industrie 2vd5. Weet je nog?
Op 12 maart 2021 ging de 4,2 ton ijzer uit Alphen aan de Rijn de boot in en lag ze 15 cm dieper. Wat ligt ze mooi in het water en ze lijkt een stuk langer zo..

Dus alles stond erin en nu kon er gedacht worden aan het terugplaatsen van het gerestaureerde dak en schoorsteen, alles aansluiten en de bediening. Dus het zag er allemaal erg positief uit…

In de tussentijd hebben we ook veel tijd besteed aan de formaliteiten met als gevolg dat we bijvoorbeeld de slagmeester van het Kadaster voor het nieuwe brandmerk aan boord hebben gehad.. Een mooi stukje vakwerk en wat hebben die mannen een mooi beroep..

Slagmeester van boord, even alle gordijntjes terughangen na al dat geweld op het roefdak en verder met de klus. Jakob en Xander hadden het machinekamerdak, de koekoek, het uitlaatexpansievaatje en de schoorsteen al mooi gerestaureerd en voorbereid. Hield in dat al dat spul in principe in een dag er terug op kon en zo werd het ook gedaan. Dak erop, uitlijnen, vastpikken, verder uitlijnen met een vuistje, aflassen, schoorsteen in de touwen, uitlijnen (iets meer achterover Jakob…), vastpikken, op het oog verder uitlijnen en aflassen die hap.

Zo, dat zit en staat.. De nieuwe gasbun en de vernieuwde paneeltjes voor de machinekamerpatrijspoortjes aan bakboord zaten er al in, de rottigheid van de stuurhut aan de achterkant is ook al klaar dus er zit wel schot in…

Nou, dat zit er dus wel op en nu kon er verder begonnen worden aan de bediening en aansluiten…. En toen begon de ellende. Testdraaien van motor en de Brevo.
Dat testdraaien van de Industrie was het probleem niet…die liep wel.. en dat kunnen jullie verder wel zien en horen op ons Youtube kanaal (Motorsleepboot Odilo of https://www.youtube.com/c/EddyMötter/videos).
Maar die keerkoppeling… die bleef gewoon in zijn werk hangen en dat was een slecht teken. Dat hield in, omdat we het niet spits kregen om daar ook maar enige beweging in te krijgen, dat de hele handel weer uit de boot moest. Nou dat was een vette tegenvaller.
Alle aansluitingen dus weer los, en dus ook weer de bun vol met al dat koelwater, motor los van de Brevo, motor maar weer 4 cm naar voren krikken, Brevo los van de schroefas, de trommel uit de lagerklemmen en dat ding maar via het mangat naar buiten en terug de werkplaats in. Dat zou een hele vette tegenvaller worden en niet alleen voor wat betreft de tijd.
De trommel moest helemaal uit elkaar en we moesten direct nieuwe correcte lagers bestellen want daar kunnen we nu toch bij. Maar de bron van al het kwaad, 2 met elkaar liefdevol vergroeide lamellen, daar was niet zomaar een oplossing voor.


De hele grap met de Brevo duurde tot juni.. het wachten was toch op de lagers want we wilden perse dat we er nu de correcte bijbehorende lagers in kregen in plaats van vervangers die net niet pasten maar er dus wel in zaten. En die “tot de dood ons scheidt” verbonden lamellen, die hebben we gewoon slim vervangen. Dus 2 maanden en een paar knaken verder weten we nu wel zeker dat deze Brevo kwalitatief onderhand de beste keerkoppeling moet zijn die in Nederland rondvaart.

Mooi, de keerkoppeling kon er dus weer in, de motor weer op zijn plek, uitlijnen, aansluiten en proefvaren. 26 juni 2021 zou de oplevervaart zijn waarna we terug zouden varen naar Maasbracht.
Maar ook dat liep anders…de proefvaart was perfect en de boot gedroeg zich anders maar niets waar we ons niet op konden aanpassen. Buiten het feit dat ik met wat spelevaren en manoeuvreren mezelf tijdens het afduwen even een natte broekspijp heb bezorgd waren we hartstikke blij met wat er gebouwd is. Dus…oplevering afgewerkt, de mast overgedragen en vol de voorbereidingen in voor de overdrachts-BBQ. Vlees en bier.. Dat is wat ijzervreters doorgaans plezieren dus de avond werd daar rijkelijk mee gevuld.
De dag daarop zouden we afvaren terug naar Maasbracht. Althans, dat dachten we…
In plaats van op de Odilo bevonden we ons de dag na de oplevering in de auto met een Corona-zieke schipperse “truuk nao t zuuje”. Nah ja…we blijven buigbaar dus dan maar de terugvaart naar Maasbracht plannen voor augustus. De Odilo mocht nog even blijven liggen en ik had daardoor wel nog wat weken de tijd om in de weekenden nog wat werk te verrichten… want er moet nog veel gebeuren om haar weer als hieronder uit te laten zien.

Die terugreis ging op 2 augustus dan eindelijk van start. Je kunt op ons YouTube kanaal een korte impressie zien. (https://www.youtube.com/watch?v=ug6gMXaEv58)
Een ander dingetje was toch echt de schroef. Op FB en ook in gesprekken hebben we van te voren proberen te bepalen of schroefvervanging aan de orde zou komen.. Even rekenen:
DAF: toerental 450 -2200 rpm, de Reijntjes vertraagde 4 keer dus het toerental van de schroef lag daarmee dus op 110-550 rpm. Daarbij de waarneming dat er qua snelheid nauwelijks verschil zat tussen 1850 en 2200 toeren op de DAF. Dus de daarmee bereikte watersnelheid kon dan ook aannemelijk worden vastgesteld als rompsnelheid: 16 km/h. Dus het schroeftoerental lag met de DAF dus tussen de 110 en 460 toeren.
Industrie: toeren ergens tussen 100 en de 340 per minuut. De Brevo doet 1:1 dus het maximaal schroeftoerental is ook 340 toeren. Maar… de boot ligt 15 cm dieper waarmee niet alleen de waterlijn langer is (de lijn op de spiegel veroorzaakt dit) maar we steken met het vlak ook dieper dus de rompsnelheid zal wat lager uitvallen bij een echte berekening. De constructietekening uit 1926 ligt voor ons klaar bij de “Groninger Archieven” maar door Corona hebben we die nog niet kunnen ophalen zodat we de waterlijnlengte niet kunnen berekenen. Dus we gokken er een beetje op los binnen de marge van het aannemelijke en wat ervaring en gevoel. Het is dus aannemelijk dat de rompsnelheid wat lager uit zou vallen. Dat valt dan weer samen met het feit dat het toerental van de schroef wat lager uitvalt met de Industrie waardoor we eigenlijk er makkelijk van uit konden gaan dat de maximale snelheid met de Industrie de rompsnelheid zou benaderen. Hiermee konden we het besluit valideren dat we voorlopig even niets aan de schroef zouden doen maar in plaats daarvan: gewoon veel varen!!!
Wat blijkt: maximale snelheid nu met de Industrie is 13 km/h watersnelheid. En dan gebruiken we het “Turbo-touwtje” niet dus de 340 toeren draaien we vrijwel nooit. 13 km/h, die we overigens ook zelden lopen, is hard zat voor een boot en motor van 1927. Zij hebben beiden hun bijdrage aan de maatschappij allang geleverd en verdienen rust en respect. Voor de langzaamloper-fans…. Het “Turbo-touwtje” is er voor de gevallen dat een onconventionele oplossing (dus gewoon blazen) nodig is om de veiligheid van onszelf en onze mede-waterweggebruikers te waarborgen. Het scheelt trouwens 2 km/h op de maximum watersnelheid.
Dus de schroef laten we zitten, die past best op onze vaarstijl. Het enige dingetje waar we ons op moeten aanpassen is dat achteruit in zijn werk deze schroef een behoorlijke wielwerking heeft door zijn forse spoed. Dat wordt gecompenseerd door het feit dat de Brevo erg vergevingsgezind is en “gepingel” op zijn achteruit gewoon toestaat.

Maar dan lopen we toch tegen het volgende aan.. we hebben de indruk dat de motor bij vollast niet helemaal de nominale bedrijfstemperatuur haalt. Kunnen we dat correct meten? Nee nog niet.. we hebben nu een koelwaterthermometer maar de uitlaatgasthermometers liggen nog klaar voor installatie.
Echter, een infrarood pistool op de uitlaatspruitstukjes geeft een indicatie dat de bedrijfstemperatuur ietwat laag ligt. Zou dat impliceren dat toch de belasting van de machine onder vollast te laag ligt en dat er toch een andere schroef op moet (grotere diameter en kleinere spoed)? Dat staat weer haaks op de waarneming dat bij een stationair toerental en het in zijn werk zetten van de schroef het toerental wat inzakt. De regulateur pikt dat wel weer op natuurlijk maar het inzakken geeft toch aan dat de asbelasting op de motor goed zit.
Dit onderzoeksonderwerp zetten we dus even in de koelkast totdat de uitlaatgasthermometers op hun plek zitten, dan hebben we echte data.
In het najaar van 2021 hebben we enorm veel gevaren om de boot opnieuw te leren kennen want iedereen kan praten als brugman maar ze gedraagt zich wezenlijk anders. We willen nog steeds varen zonder boegschroef (oude stempel, ik weet het) en eigenlijk gaat dat prima zolang je maar samen met de motor vaart.
Het afwerken van de machinekamer moet in zijn geheel nog worden gedaan juist vanwege het feit dat we gewoon heel veel wilden varen…nu weten we natuurlijk ook beter hoe en wat we willen in dat donker “hok van Satan” waar de Industrie weer leeft en de Brevo er lustig oplos rinkelt. Ik kan me overigens nog herinneren dat loze ruimtes in de binnenvaart vroeger ook wel een “Hel” werd genoemd.. (volgens de overlevering van N. Snellens en Th. Mötter)
En hoe staat het nu de dato Maart 2022?…. We staan vast op de wal. De vlakkeuring heeft plaatsgevonden en het blijkt dat de boot zich in een uitstekende staat bevindt voor wat betreft de huiddiktes…behalve het achterschip daar waar de ballasttank zit.

Daar is de huiddikte van binnen uit behoorlijk verdund en varen is dit seizoen vrijwel uitgesloten. Want tijdens renovatiewerkzaamheden aan het achterdek waarbij we flink wat verstopt purschuim hebben gevonden en wat samenviel met de vlakkeuring hebben we besloten om niet terug het water in te gaan. Eerst zal iets van 10 vierkante meter 6mm dik staal moeten worden toegevoegd aan dit oudje.

Weet je, de boot valt sinds begin vorig jaar onder beheer van de Stichting Restauratie en Behoud Motorsleepboot Odilo (www.srbmo.nl) en de stichting probeert om gefaseerd alle werkzaamheden uit te voeren die nodig zijn om deze boot eervol drijvend te houden op basis van eigen middelen. Uiteraard wordt er geprobeerd om via de gebruikelijke subsidiekanalen wat hulp te krijgen maar de druk vanuit de complete mobiele erfgoed collectie is groot dus de kans dat daar wat achter wegkomt is nooit maximaal. Uiteraard blijven we dat proberen maar tot nog toe is alles wat de stichting heeft gedaan zonder financiële hulp gelukt.
“Heb een boot, werk je dood” is wat je vaak hoort. Je valt ook van de ene uitdaging in de andere en dan is het een kwestie van een slimme, lange adem. Wij zitten met de Odilo nu weer in die fase
Een ding is zeker, we wisten wat we kochten maar een ondergang als deze verdient deze boot niet. Dus we gaan slim bedenken wat, hoe en wanneer we iets gaan doen.
Wordt vervolgd.